ECLI:NL:RVS:2017:1851
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit doorzending Wob-verzoek door RUD Drenthe aan gemeente Coevorden
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel die het bezwaar tegen de doorzending van een Wob-verzoek door de RUD Drenthe aan de gemeente Coevorden niet-ontvankelijk verklaarde. Appellante had milieu-informatie opgevraagd over een melkrundveehouderij met mestvergistingsinstallatie. De RUD Drenthe stuurde het verzoek door naar de gemeente, waarna appellante bezwaar maakte tegen deze doorzending.
De rechtbank oordeelde dat de doorzending geen besluit met rechtsgevolg was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Appellante stelde echter dat de doorzending als een impliciete weigering moet worden gezien, omdat de RUD Drenthe als bestuursorgaan bevoegd is om op Wob-verzoeken te beslissen en zelf ook over relevante informatie beschikt.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de doorzending van het verzoek wel degelijk een besluit is in de zin van de Awb en dat het bezwaar daarom ontvankelijk had moeten worden verklaard en inhoudelijk beoordeeld. Het besluit van 13 maart 2015 werd vernietigd en de RUD Drenthe werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de RUD Drenthe veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de RUD Drenthe om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren wordt vernietigd en de RUD wordt verplicht het bezwaar inhoudelijk te behandelen.