Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
het College van procureurs-generaal, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verder heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat ten aanzien van verzoek 2 een aantal dossiernummers onterecht op de aan hem verschafte lijst met Wjsg-dossiers staat. Het gaat om de dossiers met nummers 2016088522, 2016122190, 2014083254, 2014080730 en 2013043782. Deze dossiers vallen niet onder de Wjsg, maar onder de Wet politiegegevens (Wpg). De rechtbank noemt dit deel van het besluit besluitonderdeel 2.
Tot slot heeft verweerder ten aanzien van verzoek 2 aan eiser medegedeeld dat dertien dossiernummers niet van de regio Midden-Nederland afkomstig zijn, maar van de regio’s Groningen en Haaglanden. Het gaat om de dossiers met nummers 2014089730, 2013075137, 2012039076, 2012041887, 2010133784, 2010137918, 2010:48765, 2006:1173, 2005:3509, 2003:2072, 1999:12515, 1997:396 en 1997:344.Verweerder heeft het verzoek ten aanzien van die dossiers ter verdere behandeling doorgestuurd naar de arrondissementsparketten Den Haag en Noord-Nederland.
Eiser voert aan dat verweerder er ten onrechte aan voorbij is gegaan dat het OM wel beleid over hem heeft opgesteld. Volgens eiser wordt dit bevestigd door e-mails van de politie Midden Nederland van 19 mei 2016 en 22 april 2020 en de brief van 23 maart 2017 van het arrondissementsparket Midden-Nederland. Eiser wil alle stukken, die betrekking hebben op het beleid dat ten aanzien van hem is opgesteld, van verweerder ontvangen.
De rechtbank is evenwel van oordeel dat verweerder ten aanzien van het dossier met nummer 2014083254 niet heeft kunnen volstaan met de mededeling dat dit dossier zich niet bij hem bevindt. De verwijzing van eiser naar een uitspraak van deze rechtbank van 12 maart 2020 [8] geeft voldoende aanleiding om van verweerder een nadere motivering op dit punt te verwachten. De korpschef van de politie heeft namelijk in de hiervoor genoemde procedure bericht dat het dossier met nummer 2014083254 is doorgestuurd aan verweerder en ook is in te zien bij verweerder. Het ligt op de weg van verweerder om nader toe te lichten waarom hij het dossier desondanks niet heeft en op zijn beurt naar de politie verwijst. Het besluitonderdeel 2 is op dit punt onvoldoende gemotiveerd. [9] Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen voor zover het ziet op een deel van verzoek 1 is niet-ontvankelijk en het beroep voor zover gericht tegen besluitonderdeel 2 is dus gegrond. Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking, voor zover daarin niet nader is gemotiveerd waarom verweerder niet beschikt over dossiernummer 2014083254.
Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen op dit onderdeel bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen zes weken na het verzenden van deze uitspraak.
Beslissing
-verklaart het beroep tegen het bestreden besluit voorzover daarbij is beslist op verzoek 1 ongegrond;
-verklaart het beroep tegen het bestreden besluit voorzover daarop is beslist op verzoek 2, voor zover het gaat over de vijf dossiers met nummers 2016088522, 2016122190, 2014083254, 2014080730 en 2013043782, gegrond;
-verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen voorzover niet is beslist op verzoek 2 over de dertien dossiers met nummers 2014089730, 2013075137, 2012039076, 2012041887, 2010133784, 2010137918, 2010:48765, 2006:1173, 2005:3509, 2003:2072, 1999:12515, 1997:396 en 1997:344, gegrond;