ECLI:NL:RVS:2017:1899
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na tewerkstelling zonder juiste vergunning
De minister legde aan [appellante], exploitant van een Chinees-Indisch restaurant, een boete op van €6.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling werkzaamheden verrichtte waarvoor geen tewerkstellingsvergunning (twv) was afgegeven. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €4.000, maar de rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond.
In hoger beroep betoogde [appellante] onder meer dat de minister niet bevoegd was de boete op te leggen vanwege delegatie van bevoegdheden aan het UWV Werkbedrijf en dat de werkzaamheden van de vreemdeling binnen de twv vielen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister wel bevoegd was en dat de vreemdeling structureel werkzaamheden verrichtte die niet onder de afgegeven twv vielen, namelijk het bereiden van nasi en bami terwijl de twv was afgegeven voor de functie van frituurkok.
De Afdeling matigde de boete met 25% vanwege de correcte loonadministratie en het feit dat het loon in overeenstemming was met de wettelijke regels, waardoor de boete werd vastgesteld op €3.000. De overige betogen van [appellante] werden verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het besluit van 8 januari 2016 herroepen en het besluit van 30 juli 2015 herroepen. Tevens werden proceskosten aan [appellante] toegekend.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €3.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.