ECLI:NL:RVS:2017:492
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen met matiging
De minister legde de vennootschap een boete van €12.000 op wegens het laten verrichten van arbeid waarvoor geen tewerkstellingsvergunning was afgegeven. Na bezwaar matigde de minister de boete tot €8.000, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De vennootschap stelde dat haar recht op een eerlijk proces was geschonden omdat getuigen niet waren opgeroepen en de verklaring van de vreemdeling onvolledig was. De Raad van State oordeelde dat de vennootschap niet de juiste procedure had gevolgd om getuigen op te roepen en dat de verklaring van de vreemdeling rechtsgeldig was afgelegd met tolk. Het beroep op schending van artikel 6 EVRM Pro faalde.
De Raad van State bevestigde dat de vennootschap de overtreding volledig te verwijten viel, aangezien de werkzaamheden niet overeenkwamen met de vergunning. De boete werd gematigd tot €6.000 vanwege de administratie en correcte loonbetaling. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het bezwaar gegrond verklaard en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot €6.000 en het hoger beroep gegrond verklaard.