ECLI:NL:RVS:2017:1910
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting
Bij besluiten van 26 augustus 2016 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdelingen gingen in hoger beroep en verzochten tevens om een voorlopige voorziening tegen hun uitzetting, die gepland stond op 15 juli 2017.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen omdat er geen grond was om aan te nemen dat de uitzetting onrechtmatig zou zijn of niet op juiste wijze zou worden uitgevoerd.
Er werd tevens geoordeeld dat de voorzieningenrechter van de Afdeling exclusief bevoegd was om de verzoeken om voorlopige voorzieningen te behandelen en dat tegen de feitelijke uitzetting geen bezwaar openstond. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.