ECLI:NL:RVS:2017:1927
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep handhaving geluidoverlast voetbalkooi
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht om handhavend op te treden tegen geluidoverlast veroorzaakt door het gebruik van een voetbalkooi. Het college wees dit verzoek op 30 juni 2015 af. Na een bezwaarprocedure verklaarde het college het bezwaar ongegrond. Appellante en verzoeker stelden beroep in bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk omdat zij in de tussentijd was verhuisd en daardoor geen procesbelang meer zou hebben.
Appellante stelde dat zij door de overlast schade had geleden, waaronder een gedwongen verhuizing met medische urgentie, en dat zij graag zou terugkeren naar haar oude woning. De Raad van State overwoog dat procesbelang kan bestaan indien aannemelijk wordt gemaakt dat schade is geleden door het bestuursbesluit. Appellante had voldoende aannemelijk gemaakt dat er een nauw verband was tussen de overlast en haar verhuizing en dat zij kosten had gemaakt.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep van appellante niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het beroep alsnog gegrond. Het beroep van appellante tegen het besluit van 22 september 2015 had van rechtswege betrekking op het nieuwe besluit van 21 februari 2017, waartegen beroep bij de rechtbank is ingesteld. De Raad van State verwees het beroep naar de rechtbank en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het beroep wordt alsnog ontvankelijk en gegrond verklaard.