ECLI:NL:RVS:2017:1973

Raad van State

Datum uitspraak
19 juli 2017
Publicatiedatum
20 juli 2017
Zaaknummer
201705159/1/V1 en 201705159/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R. van der Spoel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 92 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering opheffing inreisverbod en afwijzing voorlopige voorziening

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 16 november 2016 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod afgewezen en de duur van het inreisverbod verkort tot vijf jaren. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De rechtbank bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak.

De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag over het toetsingskader en het begrip 'gevaar voor de openbare orde' reeds was beantwoord in eerdere uitspraken, waardoor de grieven van de staatssecretaris niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

Daarom werd het hoger beroep als kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wees de Afdeling het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan de vreemdeling ter hoogte van €495,00.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Uitspraak

201705159/1/V1 en 201705159/2/V1.
Datum uitspraak: 19 juli 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 31 mei 2017 in zaak nr. 16/29191 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 16 november 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod opnieuw afgewezen en de duur van het inreisverbod verkort tot  vijf jaren.
Bij uitspraak van 31 mei 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvraag over het toetsingskader en het begrip 'gevaar voor de openbare orde' heeft de Afdeling bij uitspraken van 4 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1725 en ECLI:NL:RVS:2017:1822, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraken, waarbij de Afdeling blijft en waaraan de grieven niet afdoen, vloeit voort dat de grieven niet kunnen leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
2.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
3.    De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.    wijst het verzoek af;
III.    veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig  euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.V.T.K. Oei, griffier.
w.g. Van der Spoel    w.g. Oei
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2017
32.