ECLI:NL:RVS:2017:2005
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring ondanks medische bezwaren appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees het verzoek van appellant om een urgentieverklaring af op grond van een medisch advies van een GGD-arts, die concludeerde dat appellant in staat was zelfstandig te wonen en adequaat gehuisvest was. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het advies niet betrokken mocht worden vanwege taalbarrières en onjuiste weergave van zijn medische en psychische toestand.
De rechtbank oordeelde dat het college het advies van de GGD-arts in redelijkheid mocht volgen, aangezien het advies objectief en op onpartijdige wijze was opgesteld, mede gebaseerd op medische informatie van een neuroloog. De rechtbank verwierp het beroep op de hardheidsclausule omdat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het advies niet betrouwbaar was vanwege taalproblemen en dat zijn medische situatie verslechterd was door knieklachten. De Afdeling stelde vast dat de knieklachten pas na het bestreden besluit ontstonden en dus niet relevant waren voor de beoordeling. Het medisch advies was voldoende onderbouwd en de hardheidsclausule was terecht niet toegepast.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.