ECLI:NL:RVS:2017:2006
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs kosten en betaling
Appellante had voor 2013 en 2014 voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen, die door de Belastingdienst/Toeslagen later zijn nihilsteld en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvorderingen ongegrond en verklaarde het beroep tegen een gedeeltelijke herziening niet-ontvankelijk.
Appellante voerde aan dat zij wel degelijk opvang had afgenomen en kosten had gemaakt, maar kon niet aantonen dat zij alle kosten had betaald. Zij stelde dat de terugvordering disproportioneel was en dat bijzondere omstandigheden, zoals taalproblemen en het ontbreken van correcte administratie door gastouderbureaus, niet waren meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat op grond van de Awir en de Wet kinderopvang de aanvrager moet aantonen dat kosten zijn gemaakt en betaald. Appellante had onvoldoende bewijs geleverd, onder meer omdat zij slechts enkele facturen overlegde en niet kon aantonen dat zij het volledige bedrag had betaald. De terugvordering is dwingendrechtelijk en kent geen ruimte voor kwijtschelding of matiging. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.