ECLI:NL:RVS:2017:2009
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P.M. van Ravels
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie na verwijdering tijdelijke verharding bosweg
Kuba B.V. exploiteert een viskwekerij en stelde schade te lijden door het verkeersbesluit van 19 april 2013, waarbij de tijdelijke verharding van een bosweg werd verwijderd. Deze bosweg was essentieel voor het zandtransport dat nodig was voor haar ontgrondingsactiviteiten. Kuba vorderde nadeelcompensatie van ruim 11 miljoen euro.
Het college van burgemeester en wethouders van Someren wees het verzoek af, waarna de rechtbank Oost-Brabant dit oordeel bevestigde. De rechtbank oordeelde dat de verwijdering van de verharding geen verdere beperking opleverde dan de bestaande aslastbeperkingen op het omliggende wegenstelsel, dat altijd al van kracht was.
In hoger beroep stelde Kuba dat zij voorheen via gronden van een derde de bosweg kon bereiken, wat nu niet meer mogelijk was, en dat dit de reden was voor de weigering van verlenging van haar ontgrondingsvergunning. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze route al vóór 2009 was vervallen en dat de ontgrondingsvergunning niet werd verlengd om andere redenen. De verwijdering van de verharding leidde niet tot een verdere beperking van het zandtransport.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van Kuba wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van nadeelcompensatie bevestigd.