ECLI:NL:RVS:2017:2051
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 juni 2014 de aanvraag van een Turkse vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 18 november 2015 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het eigen oordeel boven het deskundigenadvies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) had gesteld. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat de standstill-bepaling niet was geschonden.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank het beroep van de vreemdeling ten onrechte had gegrond verklaard en vernietigde het vonnis. De Afdeling toetste het besluit van 18 november 2015 en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.