ECLI:NL:RVS:2017:2052
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling veilig land van herkomst en afwijzing asielaanvraag uit Algerije
De vreemdeling, van Algerijnse nationaliteit, had asiel aangevraagd met het argument dat hij bedreigd werd vanwege een minderjarige buitenechtelijke seksuele relatie en aangifte door de familie van het meisje. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Algerije als veilig land van herkomst geldt en de vreemdeling onvoldoende aannemelijk maakte dat dit voor hem niet geldt.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris volgens haar onvoldoende de geloofwaardigheid van het asielrelaas had beoordeeld en onvoldoende had gemotiveerd waarom Algerije voor de vreemdeling veilig zou zijn. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij het asielrelaas wel degelijk had betrokken bij zijn beoordeling en dat de vreemdeling niet in zijn belangen was geschaad.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de geloofwaardigheid van de feiten niet uitdrukkelijk had betwist, waardoor deze als geloofwaardig moesten worden aangenomen. Echter, de staatssecretaris had wel degelijk onderzocht en gemotiveerd dat Algerije een veilig land van herkomst is, ook voor de specifieke omstandigheden van de vreemdeling.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.