ECLI:NL:RVS:2017:2057
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige uit Turkije
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 27 juni 2014 de aanvraag van een Turkse vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 8 juni 2015 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 1 februari 2017 gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de standstill-bepaling uit het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst tussen de EU en Turkije had geschonden. Dit volgde uit eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) geen strengere toetsingsmaatstaf hanteert.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het beroep faalde ook omdat de vreemdeling geen gelijke gevallen kon aantonen ten opzichte van andere adviezen van de RvO. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.