ECLI:NL:RVS:2017:2108
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 10 januari 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 27 juni 2017 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en het bieden van opvang en verstrekkingen tijdens de duur van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde daarom dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en legde de proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd op 1 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.