ECLI:NL:RVS:2017:2122
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 30 september 2016 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 juni 2017 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling verklaarde het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond omdat het geen relevante rechtsvragen bevatte.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak over de vestigingsmogelijkheden in Bagdad. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond. Tevens werd geoordeeld dat het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro omdat de vreemdeling geen gezinsleven met een vriendin had onderbouwd en dat de motivering van het inreisverbod deugdelijk was.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdeling ongegrond.