ECLI:NL:RVS:2022:3058
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 15 februari 2022 een vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 6 mei 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die beantwoord moesten worden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Raad van State verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke kwesties zijn behandeld, met name over het uitvaardigen van een inreisverbod bij een gesteld maar niet onderbouwd gezinsleven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.