ECLI:NL:RVS:2017:2145
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over planschadevergoeding uitbreiding cacaofabriek Wormer
Het college van burgemeester en wethouders van Wormerland verleende in 2007 vrijstelling van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van een cacaofabriek, waardoor hogere bouwhoogtes werden toegestaan. Appellant, eigenaar van een aangrenzend perceel, vorderde planschadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning. Het college wees de vergoeding af, gesteund op een advies van de SAOZ dat stelde dat een deel van de bouwhoogteverhoging voorzienbaar was.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, maar de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het college ten onrechte aannam dat de volledige bouwhoogteverhoging voorzienbaar was, met name de verhoging boven 12 meter niet. Het college werd opgedragen het besluit te herstellen en het nadeel opnieuw te beoordelen.
Na nadere motivering handhaafde het college het besluit, waarbij het advies van de SAOZ werd gevolgd dat geen waardevermindering door de extra bouwhoogte boven 12 meter was vastgesteld. Appellant voerde aan dat ook andere aspecten zoals uitbreiding van het bebouwde oppervlak en milieubelasting niet waren meegenomen, en dat het zicht op de fabriek onjuist was beoordeeld.
De Raad van State verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het college het zicht adequaat had onderzocht en dat de SAOZ de relevante aspecten had betrokken. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; appellant krijgt proceskostenvergoeding.