ECLI:NL:RVS:2017:2190
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- R.J.J.M. Pans
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid Wob-verzoeken wegens misbruik van recht door verzoekster
Verzoekster diende op 4 december 2014 meerdere Wob-verzoeken in bij de Belastingdienst/Toeslagen, waarbij zij onder meer informatie vroeg over toeslagen en beleidsinformatie. De Belastingdienst verklaarde deze verzoeken op 9 april 2015 kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht en weigerde een dwangsom toe te kennen. Verzoekster maakte bezwaar, dat op 4 augustus 2015 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat sprake was van misbruik van recht, mede gelet op de opvallende gelijkenis met eerdere Wob-verzoeken van de partner van haar zoon.
Verzoekster stelde in hoger beroep dat zij geen misbruik had gemaakt, dat haar verzoeken niet complex waren en dat de gelijkenissen toevallig waren. De Raad van State oordeelde echter dat de gelijkenis en het ontbreken van samenhang tussen de verzoeken wijzen op willekeur en kwade trouw. Ook het ruime karakter van sommige verzoeken onderstreeptte het ontbreken van een redelijk doel.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht geen dwangsom toekende wegens het niet tijdig beslissen, omdat misbruik van recht het recht op een dwangsom uitsluit. Ook de vordering tot vergoeding van griffierecht werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de Wob-verzoeken van verzoekster niet-ontvankelijk zijn wegens misbruik van recht en wijst het hoger beroep af.