Eiser verzocht verwijdering van zijn persoonsgegevens en schadevergoeding wegens onrechtmatige verwerking op grond van de AVG. Verweerder had in 2013 en 2017 gegevens van eiser gedeeld met andere gemeenten en op een forum geplaatst. De rechtbank stelde vast dat de gegevensverwerkingen plaatsvonden vóór de inwerkingtreding van de AVG, zodat de rechtmatigheid beoordeeld moest worden op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
De rechtbank oordeelde dat de gegevensverwerkingen noodzakelijk waren voor de uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en het voorkomen van misbruik daarvan. De verwerking betrof alleen naam, geslacht, adres en woonplaats, wat proportioneel en subsidiariteit in acht nam. Daarom waren de verwerkingen rechtmatig en hoefden de gegevens niet te worden verwijderd.
Het verzoek om schadevergoeding werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat een afwijzing daarvan geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Dit betekent dat de bestuursrechter niet bevoegd is en eiser zich tot de burgerlijke rechter moet wenden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de schadevergoeding werd afgewezen en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.