ECLI:NL:RVS:2017:2234
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag vergoeding extra uren rechtsbijstand wegens ontbreken bijzondere rechtsvragen
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag tot vergoeding van extra uren rechtsbijstand ten behoeve van een geldvordering op de erven van een overledene. De raad voor rechtsbijstand had de aanvraag afgewezen omdat niet was gebleken dat sprake was van bijzondere rechtsvragen of een juridisch relevant feitencomplex dat de zaak complex maakte.
De rechtbank had geoordeeld dat de zaak niet juridisch of feitelijk complex was, mede omdat onvoldoende duidelijk was waarop de vordering steunde en waarom een voorlopig getuigenverhoor noodzakelijk was. De Raad van State overweegt dat het forfaitaire stelsel van toevoegingen niet vereist dat elke overschrijding van uren wordt gehonoreerd en dat de raad beleidsvrijheid heeft bij de beoordeling van complexiteit.
De Raad van State oordeelt dat de aangevoerde bijzondere rechtsvragen zoals witwaspraktijken en strafrechtelijke implicaties niet zelden voorkomen en daarom niet leiden tot bijzondere juridische complexiteit. Ook het omvangrijke dossier en de noodzaak tot dossierstudie maken de zaak niet feitelijk complex in de zin van het beleid.
Verder wordt geoordeeld dat de afwijzing van extra uren niet leidt tot schending van het recht op toegang tot de rechter of andere EVRM-rechten, aangezien het beleid proportioneel en gerechtvaardigd is. De Afdeling bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot vergoeding van extra uren rechtsbijstand bevestigd.