ECLI:NL:RVS:2017:2287
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Raad van State in hoger beroep Uitkeringsregeling Backpay
De erven van een overledene hebben bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een aanvraag ingediend voor een eenmalige uitkering op grond van de Uitkeringsregeling Backpay. Deze aanvraag werd door de minister op 10 maart 2016 afgewezen. De daarop volgende bezwaren werden eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep van de erven tegen deze afwijzing op 15 mei 2017 ongegrond verklaard.
De erven stelden vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling moest beoordelen of zij bevoegd was om van het hoger beroep kennis te nemen, dan wel dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) daartoe bevoegd was. De Uitkeringsregeling Backpay vertoont nauwe verwantschap met diverse garantiewetten die onder de rechtsmacht van de CRvB vallen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de CRvB bevoegd is om het hoger beroep te behandelen en verklaarde zich daarom onbevoegd. Het hogerberoepschrift wordt doorgezonden aan de CRvB. Daarnaast werd het betaalde griffierecht van €250,- aan de erven terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd en verwijst het hoger beroep door naar de Centrale Raad van Beroep.