ECLI:NL:RVS:2017:2310

Raad van State

Datum uitspraak
30 augustus 2017
Publicatiedatum
30 augustus 2017
Zaaknummer
201605363/1/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19d Nbw 1998Art. 9.10 Wnb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning voor jaarlijks festival wegens ontbreken procesbelang

Het college van gedeputeerde staten van Drenthe verleende op 7 juni 2016 aan Stichting AA’s een vergunning krachtens artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor het houden van het festival FestiValderAa van 1 tot en met 3 juli 2016 op de locatie Heidesteeg te Schipborg. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 11 juli 2017. Het college stelde dat appellante geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling omdat het festival al had plaatsgevonden en er inmiddels vergunningen waren verleend voor de jaren 2017 tot en met 2022, waartegen geen beroep was ingesteld. Appellante gaf aan dat zij om principiële redenen een oordeel wenste over de rechtmatigheid van het besluit van 2016, mede gezien het jaarlijkse karakter van het festival.

De Afdeling oordeelde dat een principieel belang op zich niet voldoende is voor ontvankelijkheid. Het belang moet gelegen zijn in een actueel procesbelang, bijvoorbeeld voor toekomstige vergunningaanvragen. Nu voor de komende zes jaren vergunningen waren verleend zonder beroep en onduidelijkheid bestond over het voortzetten van het festival daarna, ontbrak een rechtens te beschermen belang. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het festival FestiValderAa wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.

Uitspraak

201605363/1/R2.
Datum uitspraak: 30 augustus 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 7 juni 2016 heeft het college aan Stichting AA’s vergunning krachtens artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) verleend voor het laten plaatsvinden van FestiValderAa op de locatie "Heidesteeg" te Schipborg van 1 tot en met 3 juli 2016.
Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het college heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juli 2017, waar [appellante], bijgestaan door mr. H. Veldman, advocaat te Roden, en het college, vertegenwoordigd door mr. B. Arentz, zijn verschenen.
Overwegingen
1.    Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) in werking getreden en is de Nbw 1998 ingetrokken. Omdat het bestreden besluit is genomen voor 1 januari 2017 volgt uit artikel 9.10 van de Wnb dat dit geschil moet worden beoordeeld aan de hand van het voor die datum geldende recht.
2.    Het college stelt dat [appellante] geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het college voert hiertoe aan dat het festival waarvoor de bestreden Nbw-vergunning is verleend reeds heeft plaatsgevonden. Het college wijst voorts erop dat het recent bij besluit van 2 mei 2017 krachtens de Wnb vergunning heeft verleend voor het houden van hetzelfde evenement in de jaren 2017 tot en met 2022 en dat [appellante] bij de rechtbank geen beroep heeft ingesteld tegen dit besluit.
3.    [appellante] heeft ter zitting desgevraagd naar het thans nog bestaande procesbelang, verklaard dat zij om principiële redenen de vraag beantwoord wenst te zien of het besluit van 7 juni 2016 rechtmatig was. [appellante] heeft ook erop gewezen dat het festival een jaarlijks terugkerend evenement is.
4.    Zoals de Afdeling onder meer in haar uitspraak van 24 augustus 2005 (ECLI:NL:RVS:2005:AU1396) heeft overwogen, kan geen uitspraak van de bestuursrechter worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiële betekenis ervan. Het belang bij een inhoudelijk oordeel omtrent de rechtmatigheid van een verleende vergunning kan evenwel zijn gelegen in de omstandigheid dat het inhoudelijke oordeel van de Afdeling kan worden betrokken bij eventuele toekomstige aanvragen voor een vergunning en de toetsing daarvan. Ter beoordeling staat derhalve of [appellante] aan de herhaling van het evenement in de jaren na 2016 een procesbelang kan ontlenen.
De Afdeling is van oordeel dat dit onder de gegeven omstandigheden niet het geval is. Zij overweegt daartoe dat het festival op dit moment weliswaar een jaarlijks terugkerend evenement is, maar dat is gebleken dat voor de eerstvolgende zes edities een Wnb-vergunning is verleend, waartegen geen beroep is ingesteld bij de rechtbank. Verder heeft het college ter zitting verklaard dat thans geen inzicht bestaat in de voortzetting van het festival, al dan niet op deze locatie, na die periode.
Nu niet is gebleken dat [appellante] nog een rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, dient dit niet-ontvankelijk te worden verklaard.
5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzitter, en mr. N.S.J. Koeman en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. G. Klapwijk, griffier.
w.g. Van Sloten    w.g. Klapwijk
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2017
726.