ECLI:NL:RVS:2017:2407
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onrechtmatige onttrekking woningen aan bewoning in Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van een eigenaar van twee woningen in Amsterdam die een boete van €24.000 opgelegd kreeg wegens het onrechtmatig onttrekken van deze woningen aan de bestemming tot bewoning. Het college stelde dat de woningen hotelmatig werden verhuurd aan toeristen zonder vergunning, wat in strijd is met artikel 30 van Pro de Huisvestingswet.
Tijdens een huisbezoek op 21 oktober 2014 werden zestien toeristen aangetroffen in de woningen, die via websites voor korte periodes waren geboekt. De verhuur voldeed niet aan de voorwaarden van het beleid voor toegestane vakantieverhuur, zoals het maximum aantal personen. De eigenaar stelde dat het om incidentele verhuur ging en dat de woningen weer aan studenten verhuurd zouden worden.
De Raad van State oordeelde dat de woningen daadwerkelijk niet beschikbaar waren voor bewoning en dus onttrokken waren aan de bestemming tot bewoning. De eigenaar had onvoldoende toezicht gehouden en niet aannemelijk gemaakt dat zij niet wist van de onrechtmatige verhuur. De boete was wettelijk vastgesteld en niet disproportioneel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €24.000 voor onrechtmatige onttrekking van woningen aan de bestemming tot bewoning.