ECLI:NL:RVS:2014:1912
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale omzetting woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellante een bestuurlijke boete van €12.500 op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die de boete handhaafde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de overtreding vaststond: bij een inspectie werden vier bewoners aangetroffen die geen duurzaam gezamenlijk huishouden vormden, en de kamers waren ingericht voor aparte bewoning. Appellante had als verhuurder de plicht om toezicht te houden en te weten dat de woning onrechtmatig werd gebruikt. Het feit dat zij de situatie na constatering heeft beëindigd, doet hieraan niet af.
Verder oordeelde de Raad dat de boetebedragen wettelijk zijn vastgesteld in de Huisvestingsverordening en binnen het maximum van de Huisvestingswet vallen. De opgelegde boete is proportioneel en niet onredelijk hoog, ook gelet op het maatschappelijke belang van het tegengaan van onrechtmatige bewoning. Het beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.500 wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte.