ECLI:NL:RVS:2017:2418
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over geen recht op kinderopvangtoeslag bij eigen kinderopvangbedrijf
Appellant had kinderopvangtoeslag aangevraagd voor haar twee kinderen over het jaar 2012, maar de Belastingdienst stelde de toeslag definitief vast op nihil en vorderde teveel ontvangen voorschotten terug. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant als houder van het kinderdagverblijf en als ouder dezelfde persoon was, waardoor geen rechtsgeldige overeenkomst in de zin van artikel 1.52 Wkkp bestond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat vanaf 13 juni 2012 sprake was van een rechtsgeldige overeenkomst met een in oprichting zijnde BV en dat toepassing van artikel 1.52 Wkkp in haar situatie discriminatoir was. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat geen rechtsgeldige overeenkomst bestond, omdat de plaatsingsbewijzen niet als schriftelijke overeenkomsten konden worden aangemerkt en er geen nieuwe schriftelijke overeenkomsten waren gesloten na 13 juni 2012.
Verder faalde het betoog dat toepassing van artikel 1.52 Wkkp in strijd was met het discriminatieverbod uit artikel 26 IVBPR Pro, omdat appellant als ondernemer haar situatie niet kon vergelijken met die van andere werkende ouders. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2012.