ECLI:NL:RVS:2017:2435
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over medische noodsituatie bij uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris wees een verzoek van een vreemdeling om uitzetting achterwege te laten af, mede gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat het BMA-advies niet voldoende inging op het risico van (vrijwel) volledig verlies van ADL-zelfstandigheid, een element uit de operationele definitie van medische noodsituatie.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het BMA-advies wel degelijk concludeerde dat geen (vrijwel) volledig verlies van ADL-zelfstandigheid werd verwacht en dat niet elk element afzonderlijk benoemd hoeft te worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het element ADL-zelfstandigheid een nadere uitwerking is van het begrip invaliditeit en dat het BMA-advies voldoende inzichtelijk en concludent was.
Omdat de vreemdeling niet had geconcretiseerd waarom het afzonderlijk benoemen van dit element tot een andere uitkomst zou leiden, vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het besluit van 3 mei 2017 van de staatssecretaris vernietigd omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 september 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.