ECLI:NL:RVS:2017:2436
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens schending hoorplicht vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 20 november 2015 het verblijfsrecht van de vreemdeling ingetrokken, hem opgedragen Nederland te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod ongegrond en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij ten onrechte niet in persoon is gehoord tijdens de zitting, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek en het feit dat hij in vreemdelingenbewaring zat. De rechtbank had de zitting zonder zijn aanwezigheid laten plaatsvinden vanwege een misverstand.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank hiermee het recht van de vreemdeling op mondelinge behandeling en toelichting van zijn standpunt heeft geschonden, zoals neergelegd in artikel 8:56 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beslissing met inachtneming van dit recht.
Daarnaast stelt de Afdeling de proceskosten vast en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd wegens schending van het recht op mondelinge behandeling.