ECLI:NL:RVS:2013:1785
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod wegens schending procesrecht
De staatssecretaris heeft op 4 september 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die dit beroep op 24 september 2013 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij klaagde dat hij ten onrechte niet in persoon aanwezig mocht zijn bij de zitting om zijn standpunt mondeling toe te lichten, ondanks dat zijn gemachtigde dit uitdrukkelijk had verzocht. De vreemdeling bevond zich op het moment van de zitting in vreemdelingenbewaring en kon niet aanwezig zijn door omstandigheden die niet aan hem waren toe te rekenen.
De Afdeling oordeelde dat op grond van artikel 8:56 van Pro de Algemene wet bestuursrecht partijen het recht hebben hun standpunten mondeling toe te lichten tijdens een zitting. Door de zaak zonder de vreemdeling te behandelen en uitspraak te doen, is dit recht geschonden. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van dit oordeel. Tevens werden de proceskosten vastgesteld en aan de rechtbank opgedragen hierover te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van het recht op mondelinge toelichting.