ECLI:NL:RVS:2017:2446
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing parkeren bij appartementengebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven verleende op 17 december 2015 een omgevingsvergunning eerste fase voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van een appartementengebouw met 17 appartementen op een perceel te Eindhoven. Appellanten, buren van het perceel, stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege onder meer aantasting van uitzicht, privacy, bezonning, geluidsoverlast en onvoldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelt anders. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het college onvoldoende ruimtelijke onderbouwing heeft gegeven voor het aspect parkeren, omdat het benodigde aantal parkeerplaatsen deels in de openbare ruimte zou worden gerealiseerd terwijl de geldende beleidsregels dit niet toestaan buiten parkeervergunning- of betaald parkeergebied.
De Raad vernietigt daarom het besluit en verklaart het beroep gegrond. Desondanks blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat het college inmiddels een nieuwe Nota Parkeernormen heeft vastgesteld die voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. De appellanten krijgen hun betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing van het parkeeraspect, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.