ECLI:NL:RVS:2017:2588
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 23 augustus 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een huisvuilzak die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. In de zak bevond zich een poststuk met naam en adres van appellant, waarop het college baseerde dat appellant de zak onjuist had aangeboden in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010.
Appellant voerde aan dat het poststuk mogelijk verkeerd bezorgd was en dat hij zijn afval altijd op de juiste wijze aanbiedt. Hij stelde dat hij persoonlijke documenten versnipperde en verspreidde over verschillende zakken, waardoor het onwaarschijnlijk was dat de zak van hem afkomstig was.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet de overtreder was. Het college mocht op grond van de adressering van het poststuk aannemen dat appellant de zak onjuist had aangeboden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de gebruiker van een perceel verantwoordelijk is voor het juiste aanbieden van afval en dat het college kosten van bestuursdwang mag verhalen als dit niet wordt nageleefd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.