ECLI:NL:RVS:2017:2596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en bevestiging omgevingsvergunning voor steigers in Voorzaan
Kerkerak B.V. ontving op 18 mei 2015 een omgevingsvergunning voor het bouwen van steigers in de Voorzaan. Een omwonende, appellant sub 3, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende overlast en veiligheidszorgen. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van het college en herroept de vergunning.
Kerkerak en het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste onder meer de vraag of het college de aanvraag terecht had getoetst aan het geldende recht en of de aanhoudingsplicht van toepassing was. De Afdeling oordeelde dat de aanhoudingsplicht was vervallen en dat het college de aanvraag terecht had beoordeeld aan de hand van de Bouwverordening Zaanstad 2008.
De bezwaren van appellant sub 3 over parkeerruimte, welstandstoets en milieuzonering werden door de Afdeling ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant sub 3 ongegrond. Tevens werd het betaalde griffierecht aan Kerkerak B.V. vergoed.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant sub 3 ongegrond, waarmee de omgevingsvergunning voor de steigers wordt bevestigd.