ECLI:NL:RVS:2017:2613
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onterecht opgelegde kosten afvalstoffenverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant kosten van €126,- op wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen buiten de toegestane tijden volgens de Afvalstoffenverordening 2010. Het college baseerde dit op het feit dat een huisvuilzak met poststukken werd aangetroffen op een locatie waar afval op een ander tijdstip werd aangeboden dan toegestaan.
Appellant betoogde dat zij door haar fysieke beperkingen niet in staat was het afval op die locatie aan te bieden en dat de poststukken in de zak niet haar naam droegen, maar die van een andere persoon die mogelijk eerder op het adres woonde. De Raad van State overwoog dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat appellant de overtreder was, mede omdat de afstand tussen haar woning en de vindplaats van de afvalzak groot was en de poststukken niet haar naam droegen.
De Raad van State vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak bevestigt dat bestuursdwangkosten alleen aan de daadwerkelijke overtreder kunnen worden opgelegd en dat aannemelijk maken van het tegendeel tot vernietiging kan leiden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van bestuursdwangkosten wordt vernietigd.