ECLI:NL:RVS:2017:2623
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 30 maart 2017 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was, omdat het geen vragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het hoger beroep van de staatssecretaris was gegrond omdat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn standpunt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas ondeugdelijk had gemotiveerd. De staatssecretaris had meerdere punten aangevoerd die het relaas bevreemdingwekkend, tegenstrijdig en vaag maakten.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdeling over het risico op gedwongen rekrutering en de minderjarigheid omdat deze onvoldoende waren onderbouwd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.