ECLI:NL:RVS:2017:2670
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2009 wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om herziening van een besluit waarbij de kinderopvangtoeslag over 2009 definitief op nihil was vastgesteld. Dit verzoek werd afgewezen omdat het te laat was ingediend, meer dan vijf jaar na het berekeningsjaar.
De rechtbank oordeelde dat het herzieningsverzoek uiterlijk op 31 december 2014 had moeten worden ingediend. Appellant stelde dat de termijn van vijf jaar pas moest ingaan vanaf de datum van het definitieve besluit in 2014, en dat een termijn van zeven jaar van toepassing was, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State bevestigt dat artikel 21a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 5a van de Uitvoeringsregeling Awir van toepassing zijn, waardoor de termijn van vijf jaar geldt vanaf het einde van het berekeningsjaar. Het verzoek van appellant is buiten deze termijn ingediend, en de Belastingdienst mocht afzien van het horen in bezwaar omdat dit geen ander besluit zou opleveren.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellant is afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn van vijf jaar.