ECLI:NL:RVS:2017:2671
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking onttrekkingsvergunning wegens ontbreken wettelijke grondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen trok op 5 augustus 2015 de onttrekkingsvergunning van 3 december 2012 voor een pand te Groningen in vanwege overlast. De vergunning was verleend zonder voorwaarden of voorschriften. Het college baseerde de intrekking op artikel 23a van de huisvestingsverordening, waarin een intrekkingsgrond is opgenomen wegens onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid.
De appellant stelde dat deze intrekkingsgrond geen rechtsgeldige basis heeft omdat de Huisvestingswet 2014 een limitatieve opsomming van intrekkingsgronden bevat in artikel 26, en de verordening geen aanvullende intrekkingsgronden mag bevatten. De Afdeling bevestigde dit en oordeelde dat artikel 23a van de verordening in strijd is met artikel 26 van Pro de Huisvestingswet 2014 en dus geen verbindende kracht heeft.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak van de Afdeling treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de onttrekkingsvergunning wordt vernietigd wegens ontbreken van een wettelijke grondslag.