ECLI:NL:RVS:2017:269
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergoeding rechtsbijstand bij onterechte toevoeging kinderopvangtoeslag
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over de intrekking van een vergoeding voor rechtsbijstand verleend op basis van een toevoeging voor een herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2013.
De Raad voor Rechtsbijstand had aanvankelijk twee toevoegingen toegekend voor de jaren 2012 en 2013, maar trok later de vergoeding voor 2013 in omdat het verzoek feitelijk één procedure betrof met hetzelfde rechtsbelang. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A niet-ontvankelijk en wees het beroep van appellant B af.
In hoger beroep betoogde appellant A dat zijn beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard, hetgeen werd verworpen. Appellant B stelde dat er sprake was van verschillende rechtsbelangen en dus recht op afzonderlijke toevoegingen, maar de Raad oordeelde dat het herzieningsverzoek in algemene termen was opgesteld en geen onderscheid maakte tussen de jaren.
De Raad bevestigde dat de Raad voor Rechtsbijstand bevoegd is om op grond van het High Trust-programma en de Awb een reeds vastgestelde vergoeding in te trekken indien achteraf blijkt dat de toevoeging onterecht was verleend en de helpdesk niet is geraadpleegd.
De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergoeding voor de onterecht verleende toevoeging over 2013.