ECLI:NL:RVS:2017:2708
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt vier weken vertrektermijn na vernietiging inreisverbod en vertrektermijn nul dagen
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod en onmiddellijke vertrekopdracht op. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onterechte afwijzing als kennelijk ongegrond, maar liet de rechtsgevolgen, waaronder de vertrektermijn van nul dagen en het inreisverbod, in stand. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand had gelaten. Het ontbreken van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod waren onterecht, omdat de afwijzing als kennelijk ongegrond onjuist was. De Afdeling vernietigde dit deel van de uitspraak en bepaalde dat de vertrektermijn vier weken bedraagt, ingaande de dag na verzending van de uitspraak.
Verder werd vastgesteld dat de feitelijke gevolgen van de eerdere afwijzing, zoals de verkorte beroepstermijn en het ontbreken van schorsende werking, niet ongedaan kunnen worden gemaakt. Tot slot veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak dat de vertrektermijn van nul dagen en het inreisverbod in stand hield en bepaalt een vertrektermijn van vier weken.