ECLI:NL:RVS:2017:2710
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid lesbische gerichtheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op haar lesbische gerichtheid en vrees voor represailles in Nigeria. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van haar verklaring over haar seksuele gerichtheid en tegenstrijdigheden in haar verklaringen.
De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de lesbische gerichtheid ongeloofwaardig achtte. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de brief van GGZ Drenthe als bewijs van haar zoektocht naar haar seksuele gerichtheid had betrokken en dat hij de tegenstrijdigheden in de verklaringen deugdelijk had gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van GGZ Drenthe niet verplichtte tot aanneming van de verklaringen als waarheidsgetrouw. Tevens was de staatssecretaris terecht kritisch op de inconsistenties in de verklaringen van de vreemdeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, waarbij het besluit van 10 juni 2016 werd vernietigd maar de rechtsgevolgen daarvan in stand bleven.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De vreemdeling werd niet in het gelijk gesteld voor haar asielverzoek, maar het besluit werd vernietigd wegens procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.