ECLI:NL:RVS:2017:2729
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen handhaving in- en uitritten op perceel te Sevenum
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas legde op 30 juli 2015 aan partijen een last onder dwangsom op vanwege overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) betreffende het aantal toegestane in- en uitritten op een perceel te Sevenum. Na bezwaar en een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, stelde het college hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Raad van State behandelde het verzoek en overwoog dat het perceel feitelijk bestaat uit een deel met een recreatieve bestemming en een agrarisch deel. Het college stelde dat deze delen als afzonderlijke percelen moeten worden beschouwd voor de toepassing van de APV, terwijl de rechtbank dit niet volgde en stelde dat het kadastraal één perceel betreft met meerdere in- en uitritten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitleg van het college aannemelijk is en dat het agrarische deel met nevenbestemming recreatief medegebruik niet als één perceel met het recreatieve deel moet worden gezien. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank geschorst voor zover deze het college verplichtte een nieuw besluit te nemen over de in- en uitritten, totdat de bodemprocedure is afgerond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Lubberdink op 11 oktober 2017.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Limburg wordt geschorst voor zover het college een nieuw besluit moet nemen over de in- en uitritten, totdat de bodemprocedure is afgerond.