ECLI:NL:RVS:2017:2740
Raad van State
- Tussenuitspraak
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursdwang wegslepen voertuig wegens parkeren voor nooduitgang niet gegrond
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 8 januari 2016 bestuursdwang toegepast door het voertuig van appellant B weg te slepen en in bewaring te stellen, omdat het voertuig geparkeerd stond voor een nooduitgang die dag en nacht vrijgehouden moet worden. Het college stelde dat het parkeren een gevaarlijke situatie veroorzaakte doordat hulpdiensten de toegangsweg niet konden gebruiken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was bestuursdwang toe te passen omdat het voertuig in strijd met artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 was geparkeerd en er geen sprake was van overmacht. Tevens verwierp de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel.
In hoger beroep betogen appellanten dat het voertuig op 15 meter afstand van de nooduitgang stond, waardoor de hulpdiensten de toegangsweg konden gebruiken. De aanduiding van de nooduitgang was onduidelijk en er waren geen verkeersborden die een parkeerverbod aanduidden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het hier een personenuitgang betreft en geen doorgang voor voertuigen van hulpdiensten. Het voertuig blokkeerde deze vluchtweg niet en leverde geen gevaar of hinder op voor het doorgaande verkeer.
De Afdeling oordeelt dat het college ten onrechte bestuursdwang heeft toegepast en dat het besluit van 4 mei 2016 in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het college wordt opgedragen binnen acht weken het gebrek te herstellen door het besluit te heroverwegen en te motiveren, dan wel een nieuw besluit te nemen. De Afdeling zal in de einduitspraak beslissen over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot bestuursdwang wordt vernietigd en het college wordt opgedragen het besluit te heroverwegen en te motiveren binnen acht weken.