ECLI:NL:RVS:2017:2777
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris nam een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had vastgesteld dat de vreemdeling niet illegaal de grens van Kroatië was overgestoken, terwijl het Hof van Justitie duidelijk heeft bepaald dat ook geduld grensoverschrijding onder artikel 13 Dublinverordening Pro valt. Tevens stelde de Raad vast dat de rechtbank onjuiste feiten had aangenomen over de aanvraag en afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Verder oordeelde de Raad dat de minister niet verplicht was om humanitaire omstandigheden in het overnameverzoek op te nemen en dat de minister terecht had besloten het verzoek niet in te trekken. De Raad verwierp de bezwaren van de vreemdeling over de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.