ECLI:NL:RVS:2017:2792
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks matiging
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die een boete wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) heeft vastgesteld op €2.000,-. De minister had aanvankelijk een boete van €6.000,- opgelegd, die na bezwaar werd gematigd tot €4.000,-. De rechtbank matigde deze boete verder tot €2.000,-.
De overtreding betrof het laten werken van een Sierraleoonse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en met een vals Frans paspoort. De depothouder had de uiterlijke verschillen tussen de vreemdeling en de paspoorthouder niet opgemerkt, ondanks voorlichtingsbijeenkomsten en controles. De minister matigde de boete met 50% wegens verminderd verwijt, de rechtbank matigde met 75% vanwege aanvullende inspanningen van [appellante].
In hoger beroep betoogde [appellante] dat de boete onterecht was wegens het ontbreken van verwijtbaarheid en een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatsverplichting. De Raad van State oordeelde dat verwijtbaarheid niet volledig ontbrak, omdat de depothouder de uiterlijke verschillen had moeten opmerken en de voorlichting of controle tekort was geschoten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad concludeerde dat de boete passend en geboden is, ook gezien de beleidsregels en jurisprudentie. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €2.000,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.