ECLI:NL:RVS:2016:1262
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende onderzoek arbeidsrecht vreemdeling
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante] een boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam vernietigde dit boetebesluit en bepaalde dat van boeteoplegging wordt afgezien. De minister stelde hoger beroep in, evenals [appellante] incidenteel.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling, die arbeid verrichtte zonder tewerkstellingsvergunning, op grond van het unierecht gerechtigd was tot arbeid in Nederland. De minister had onvoldoende onderzocht of de vreemdeling al dan niet op grond van zijn verblijfsstatus als familielid van een EU-burger arbeid mocht verrichten. De Afdeling oordeelde dat het besluit van de minister in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht en dat de boete daarom niet opgelegd had mogen worden.
Verder werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor de procedure niet was overschreden en dat de rechtbank terecht de minister niet in de proceskosten had veroordeeld. Het hoger beroep van de minister en het incidenteel hoger beroep van [appellante] werden ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: De boete tegen [appellante] wordt definitief afgewezen wegens onvoldoende onderzoek naar het recht van de vreemdeling om arbeid te verrichten op grond van het unierecht.