ECLI:NL:RVS:2017:2793
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na hoger beroep
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde drie vennootschappen elk een boete van € 6.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar matigde de minister de boetes tot € 4.000 per vennootschap. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de vennootschappen gegrond, vernietigde het besluit van 27 januari 2016 en bepaalde dat van boeteoplegging werd afgezien.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat verwijtbaarheid niet volledig ontbrak, omdat de depothouder de uiterlijke verschillen tussen de vreemdeling en de persoon op het Franse paspoort niet had opgemerkt, terwijl deze evident waren. Dit betekende dat de vennootschappen niet alles hadden gedaan om de overtreding te voorkomen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam en stelde de boetes vast op € 2.000 per vennootschap, een matiging van 75% ten opzichte van het oorspronkelijke normbedrag van € 8.000. De uitspraak van de Raad van State treedt in de plaats van het vernietigde besluit van 27 januari 2016. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State stelt de boetes vast op € 2.000 per vennootschap en vernietigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam.