ECLI:NL:RVS:2017:2796
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen aan mede-eigenaren pand
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan twee mede-eigenaren van een pand in Amsterdam boetes op wegens het laten verrichten van bouwwerkzaamheden door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank Amsterdam de boetes vast op € 16.000 per persoon, maar oordeelde dat slechts één boete aan de gemeenschap van mede-eigenaren had moeten worden opgelegd. Zowel de minister als de appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht ieder van de mede-eigenaren afzonderlijk heeft beboet, omdat de Wav geen boetes aan gemeenschappen toestaat. Tevens werd geoordeeld dat de minister onzorgvuldig handelde door pas na bezwaar te onderzoeken of sprake was van een doelvermogen, wat leidde tot onnodige procedures. Daarom matigde de Afdeling de boetes tot € 8.000 per persoon.
De financiële situatie van de appellanten werd beoordeeld; hoewel zij financiële problemen hadden, was onvoldoende inzicht gegeven in hun actuele situatie om verdere matiging te rechtvaardigen. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de appellanten werd ongegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boetes worden vastgesteld op € 8.000 per persoon en eerdere besluiten en uitspraak worden vernietigd.