ECLI:NL:RVS:2016:2952
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
In deze zaak heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan vijf appellanten ieder boetes opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam had deze boetes vernietigd en de boetes gezamenlijk aan appellanten opgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en dat van appellanten ongegrond. De Afdeling oordeelde dat de minister bevoegd was om ieder van de appellanten afzonderlijk te beboeten, omdat zij ieder als werkgever moesten worden aangemerkt. De Afdeling verwierp onder meer het verweer dat de boeterapporten onjuist waren, dat sprake was van onrechtmatig binnentreden, en dat de overtredingen niet of verminderd verwijtbaar waren.
Verder werd vastgesteld dat de boetes conform de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2016 moesten worden vastgesteld, waarbij een boetenormbedrag van € 2.000,00 per overtreding gold, verhoogd met 50% wegens meerdere betrokken vreemdelingen en recidive. De Afdeling matigde de boetes niet verder wegens financiële omstandigheden van appellanten.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd vernietigd en het beroep tegen de boetes werd alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de boetes wordt alsnog ongegrond verklaard; de boetes worden bevestigd en aan appellanten afzonderlijk opgelegd.