ECLI:NL:RVS:2017:2840
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing schorsing uitzetting vreemdeling wegens medische noodzaak
De vreemdeling uit Armenië verzocht de staatssecretaris om uitzetting op te schorten omdat hij een niertransplantatie heeft ondergaan en het medicijn Mycofenolaat mofetil nodig heeft om afstoting te voorkomen. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Awb omdat het BMA-advies onvoldoende inzichtelijk was over de beschikbaarheid van het medicijn in Armenië.
De minister stelde hoger beroep in en betoogde dat het BMA-advies, het brondocument en de BMA-nota voldoende duidelijk maken dat het medicijn voor een periode van drie maanden beschikbaar is in Armenië. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het medicijn medisch-technisch beschikbaar is en dat er geen bevoorradingsproblemen zijn gemeld, waardoor het besluit zorgvuldig en inzichtelijk is genomen.
Verder stelde de vreemdeling dat hij ten onrechte niet in bezwaar was gehoord, maar de Afdeling oordeelde dat dit niet nodig was omdat geen redelijk vermoeden bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.