ECLI:NL:RVS:2017:2841
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluiten van 30 januari 2008 en 27 november 2015 de verblijfsvergunning van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten gegrond en vernietigde deze besluiten.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij de vreemdeling voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak verzocht nadere inlichtingen en onderliggende stukken van de minister van Buitenlandse Zaken, die niet werden aangeleverd ondanks meerdere verzoeken en termijnen.
De Afdeling oordeelde dat zonder deze stukken geen oordeel over het hoger beroep kon worden gegeven en verklaarde het hoger beroep van de minister kennelijk ongegrond. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling verviel daarmee. Tevens bepaalde de Afdeling dat toekomstige intrekkingen van de verblijfsvergunning alleen bij haar kunnen worden aangevochten en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten van €495.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt kennelijk ongegrond verklaard en de vernietiging van de intrekkingsbesluiten wordt bevestigd.