ECLI:NL:RVS:2018:2813
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende beoordeling duurzaam uitzetbeletsel
De vreemdeling verblijft sinds 1997 in Nederland en kreeg meerdere malen een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, die telkens werd ingetrokken wegens toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij betrokken zou zijn geweest bij ernstige mensenrechtenschendingen als hoofd Politieke Zaken en brigade-generaal in het Afghaanse regeringsleger.
De staatssecretaris baseerde zijn besluit op individuele ambtsberichten en verklaringen die ernstige redenen geven om te veronderstellen dat de vreemdeling betrokken was bij oorlogsmisdrijven en mensenrechtenschendingen. De vreemdeling betwistte zijn functie als hoofd Politieke Zaken, maar de Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van de ambtsberichten en verklaringen.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris ten onrechte niet had beoordeeld of het uitzetbeletsel duurzaam is in de zin van het beleid, hetgeen strijdig is met artikel 3:46 van Pro de Awb. De Afdeling vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven vanwege het ontbreken van een duurzaam uitzetbeletsel.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling verwierp de beroepen op artikel 8 EVRM Pro, omdat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het familie- en privéleven van de vreemdeling.
De uitspraak bevestigt dat bij intrekking van verblijfsvergunningen op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag een zorgvuldige beoordeling van duurzaam uitzetbeletsel vereist is, en dat het ontbreken daarvan tot vernietiging van het besluit kan leiden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende beoordeling van duurzaam uitzetbeletsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.