ECLI:NL:RVS:2017:2843
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens ontbreken terugkeerbesluit bij vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 15 september 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring, waarbij de vreemdeling aanvoerde dat deze onrechtmatig was omdat er geen terugkeerbesluit was genomen, terwijl dit volgens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 vereist is, tenzij sprake is van uitzonderingen genoemd in artikel 62a.
De minister stelde dat het uitgevaardigde inreisverbod als terugkeerbesluit kon gelden, maar dit besluit werd ter zitting ingetrokken en bevatte bovendien niet de vereiste concrete vaststelling dat het verblijf illegaal was. De Raad van State oordeelde dat er geen terugkeerbesluit was genomen en dat de maatregel van bewaring daarom onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct wordt opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en werden proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd opgeheven wegens het ontbreken van een terugkeerbesluit en aan de vreemdeling werd een schadevergoeding toegekend.